Boeken, bomen, diefstal

Nieuws

Boeken, bomen, diefstal

1 april 2023Maartje Wortel

Het eerste bezoek van Maartje Wortel aan De Utrechtse Boekenbar werd meteen een legendarische avond. Zij ging in gesprek met één van haar favoriete schrijvers, de Chileense Alejandro Zambra. Voor ons boek 'Loopt het een beetje? - Portret van een jonge onafhankelijke boekwinkel', schreef zij een ode aan het boek. Boeken die háár weten te vinden in plaats van andersom.

Foto: Daan Kamerman

Elk boek draagt zijn eigen identiteit. Wat mij betreft is een boek zelfs een entiteit. Laatst las ik dat één van mijn lievelingsschrijvers, daar is ze weer; Clarice Lispector, in een interview over boeken zei: I thought they were like trees, like animals, something that is born. I didn't know there was an author behind it all.

Boeken kunnen een aantrekkingskracht op je uitoefenen zoals mensen dat kunnen, zoals je op oren kunt vallen, op ogen, handen, een manier van lopen, praten, een lach. Je wordt geroepen. Je weet niet waarom, maar je moet precies dát boek mee naar huis nemen. Al hoorde je nooit eerder van de auteur. Dat had ik bijvoorbeeld bij het boek Bonsai, van Alejandro Zambra. 

Ik kende Zambra nog niet en schreef later, nadat de uitgever er lucht van had gekregen dat ik het boek bijna maniakaal verspreidde, bij een heruitgave het volgende in het nawoord van zijn debuut: ‘Die zaterdagmiddag rekende ik een stapeltje boeken af aan de kassa (dat was bij Linnaeus Boekhandel in Amsterdam) toen ik op de toonbank per toeval een boekje zag liggen dat er zo mooi uitzag van belettering, zo sober en op een bepaalde manier ook zo liefdevol dat ik het meteen kocht. Mijn intuïtie vertelde me dat het wel eens een ontdekking zou kunnen zijn.’

Dat bleek waar te zijn. Het was alsof dat boek door mij gelezen moest worden. Lispector indachtig was ik er al op jonge leeftijd van overtuigd dat de boeken die je koos te lezen geen toevalligheden konden zijn. Wij waren vroeger thuis niet rijk. Of beter gezegd: we hadden niet zoveel geld. Toch werden mijn broer en ik door mijn moeder verplicht af en toe een boek te kopen. Mijn vader kon het niets schelen, hij vertelde net zo lief zelf een verhaal, maar mijn moeder wilde niet dat we opgroeiden zonder boeken. (Natuurlijk omdat ze zelf opgegroeid was zonder boeken).

Vanwege de inkomsten van mijn ouders moest er gekozen worden tussen kleding of boeken. Let wel: mijn broer en ik hadden zelf niets te kiezen. Ik gok dat mijn vader er ook weinig over te zeggen had. Ik liep altijd in de kleding van twee jongens uit de buurt, die als ze daar zelf uitgegroeid waren een curverbox vol polo’s en ruitjesbroeken bij ons achterlieten. Op de dag dat de kleding arriveerde, mochten we bij wijze van beloning, we hadden immers nogal wat geld uit weten te sparen, meteen naar de boekhandel, waar mijn moeder ons zelf een boek liet uitkiezen. Ze zei: jullie weten zelf het beste wat jullie willen. En dat was ook zo. Ik pakte altijd een boek dat tegen mij sprak, wat dat aangaat ben ik een geboren animist. Ik koos niet wat ik kende. Ik koos wat mij wilde kennen. 

Soms snapte ik niets van de boeken die ik las. Ik leerde van mijn docent Nederlands dat dat niet uitmaakte. Hij zei: begrijp je de mensen van wie je houdt? Ik zei: meestal wel. Waarop hij alleen maar even naar me knikte.

In het wonderlijke boek In the Eye of the Wild van Nastassja Martin staat een passage over een vriend van Martin die zeer afgelegen in de bossen van Alaska woont: “Everything is being recorded all the time, herhaalde hij steeds. De bomen, de dieren, de rivieren, de hele wereld onthoudt alles wat we doen en alles wat we zeggen, en soms zelfs wat we dromen en wat we denken. Daarom moeten we heel voorzichtig zijn met de gedachten die we onder woorden brengen, want de wereld vergeet niets.’ De wereld vergeet niets en zo dwingt het je met zachte hand van het ene boek naar het andere boek.

Ik weet niet wat het over mij zegt, maar in de boeken die ik uitkies is vaak een belangrijke rol weggelegd voor bomen. Dat laat zich in het geval van Zambra’s Bonsai niet zo moeilijk raden. Maar één van de mooiste passages over bomen die ik ooit las komt uit een boek van Sam Shepard, getiteld Motel Chronicles & Hawk Moon. In één van de verhalen steelt de hoofdfiguur een ‘absolutely worthless print of a Cottonwood Tree’ uit een hotel. Een hotelmedewerker komt achter de diefstal, op de parkeerplaats wordt gevraagd waarom de foto meegenomen werd en dan staat er dit:

‘He told them it gave him this feeling. He told them he saw himself inside this picture lying on his back underneath the Cottonwood.

He said he recognized the three from an old dream and that the dream was based on a real tree he dimly remembered from a long time ago in his childhood.

He remembered lying down underneath this tree and staring up through the silver leaves.

He remembered voices from those leaves but he couldn’t remember what the voices said or who they belonged to.

He told them he was hoping the picture would bring the whole thing back.’

Wat Shepard hier schrijft, precies dit, over het gevoel, de herinnering, iets waar je naar terugverlangt zou je kunnen zeggen van de boeken die je bij je wil dragen. Met je mee. Desnoods in een tasje van je favoriete boekhandel, daar zijn ze immers niet voor niets terecht gekomen.