De Westerkade was als doorgaande weg naar Jutphaas en Vreeswijk altijd drukker dan de Oosterkade. Voor de deur van de Boekenbar bevond zich honderd jaar geleden nog het begin- en eindpunt van de paardentram naar Vreeswijk.
Met de bouw van nieuwe wijken als Rivieren- en Dichterswijk werd het er almaar drukker en was de Westerkade vooral een winkelstraat geworden. Toen in 1930 de nieuwe Vaartscherijnbrug werd geopend, was het er zowaar een beetje gezellig. Er zit dan onder meer een bakker, een chocolaterie, drogisterij, een boterhuis, twee vleeshouwerijen, een melkslijter, horlogemaker en een schoenenzaak.
Op no 2 zat een van de zaken die het op de Westerkade het langst zouden uithouden van allemaal. In 1873 kocht Corns van Beusekom het pand om er een bloemen- en tuinzadenhandel te beginnen.
Het gespecialiseerde bedrijf had een enorme naamsbekendheid. De Van Beusekoms deden veel aan export, ze bereisden de hele wereld. Op de foto uit 1993 zien we Paul van Beusekom, met drie van zijn medewerkers voor de deur van wat een klein tuincentrum was geworden. Het buurpand had hij erbij getrokken, rechts het inhammetje waar nu bezoekers van de Boekenbar een terrasje aantreffen. In die tijd stond het er vol met zakken tuinaarde en vogelhuisjes.
Toen Van Beusekom ermee stopte, was er op de Westerkade bijna geen winkelbedrijf meer over. Er zaten liefst drie drukkerijen aan de kade alsmede een in Utrecht vermaarde praktijk van verloskundigen. Daar werden zonder meer belangwekkende zaken afgehandeld, maar de kade lag er op het oog niet florissant bij. Er was veel leegstand en ruime parkeergelegenheid voor wie in het centrum geen plekje had kunnen vinden, maar er verder niet veel te zoeken had. Wonen aan de rand van de binnenstad, dat deden de Utrechters toen liever niet.
Het was daar gewoon weer Het Schrale End geworden. De gemeente had toen – in de jaren negentig - wel een visie, of liever gezegd een visioen, over hoe ze het gehad zou willen hebben. Om de loop erin te brengen moest er een randstadstation komen, de voetpaden moesten breder, er zouden gezellige terrasjes moeten komen, kleine galerietjes en ambachtelijke bedrijfjes.
Ja dat willen we allemaal wel.
Er kwam niet veel van terecht. Niet meteen tenminste. Pas in 2004 gebeurde aan beide uiteinden van de Westerkade iets wat het gebied wakker zou kussen. In het verlaten kantoorpand tegen het spoor, vestigde zich een restaurant dat in no time – je hoeft nu niet meer met het predicaat aan te komen – een hotspot zou worden. LE:EN was de naam. Aziatische fusion, kleine gerechtjes onder TL-licht geserveerd, Srilankaanse papadum met cassavechips, gebrande Dorade met rauwe sambal, de Westerkade kreeg het er warm van.
Het restaurant heeft er zeven jaar gezeten en moest in 2011 het veld ruimen voor het langverwachte Station Vaartsche Rijn dat werd geacht de loop erin te brengen. Die zat er toen al aardig in, met dank dus aan de pioniers van LE:EN.
En dankzij nog iets.
Vierhonderd meter verderop was in 2004 een allesbeslissende nieuwkomer neergestreken: het Louis Hartlooper Complex (LHC) van Jos Stelling, het grootste cadeau dat Utrecht van een van zijn inwoners heeft gekregen sinds Frits Fentener van Vlissingen aan het eind van de jaren dertig op het Lucasbolwerk met een nieuwe Stadsschouwburg aan kwam zetten.
Hartlooper zette de verhoudingen in het zuidelijk deel van de binnenstad compleet op zijn kop. Op de plek waar vanouds alles ophield, kreeg de stad een nieuw hart dat enorm aan het pompen sloeg. In een straal van 1,5 kilometer begon alles te stromen, te wervelen en te draaien. Het feestelijk leven van de oude binnenstad trok gewoon verder, de Ooster- en de Westerkade op, het spoor onderdoor en zo verder naar Rotsoord, voorheen een onbestemd bedrijventerrein, nu de thuishaven van een grote verzameling stedelijke attracties.