Het einde van het schrale end

Nieuws

Het einde van het schrale end

1 november 2022Bert van den Hoed

Er was een tijd dat de Westerkade werd gezien als het afvalputje van de stad. Die status bood mogelijkheden voor mensen die dingen wilden die niet zo verstandig werden gevonden. Zoals een boekwinkel beginnen bijvoorbeeld. Nu wordt alles anders. Wat heeft zich daar eigenlijk allemaal afgespeeld. Meer dan je denkt. 

We bevinden ons op de drempel van Westerkade 2 en vallen met de deur in huis. De Utrechtse Boekenbar is niet de eerste boekwinkel aan de Westerkade. Je zou het niet zeggen en niemand die er nog iets van weet, maar een eindje verderop, op Westerkade no. 33, was van 1921 tot in de jaren zeventig ook een boekwinkel gevestigd: Stam.

Boekhandel Stam, De Technische Boekhandel, met onder meer vestigingen in Amsterdam en Rotterdam, waar je volgens de annonces uit die tijd boeken kon kopen ‘waar je iets aan had’. Boeken over luchtvaarttechniek en natuurkundige vraagstukken, alsmede De Geschiedenis van de Maastunnel of het Handboek voor den hengelaar.

De mannen van boekhandel Stam - dat hebben ze dan gemeen met hun 21e-eeuwse opvolgers - runden geen Algemene Boekhandel met een assortiment voor elk wat wils. Dat zou op de Westerkade ook niet passend zijn geweest, daar is altijd behoefte aan meer karakter al is het nog niet zo makkelijk te benoemen wat dat is. Stam heeft het vijftig jaar volgehouden op de Westerkade. Begin jaren zeventig werd De Technische Boekhandel overgenomen door Uitgeverij Kluwer om op te gaan in een Utrechtse megafusie met Broese, Dekker & Van de Vegt, Kemink en Wristers. Ze werden samengevoegd en leefden uiteindelijk onder de naam Broese nog lang en gelukkig aan de achterzijde van het oude postkantoor op de Neude.

Boekhandel Stam speelde in de jaren zestig een bijna schilderachtige bijrol in een van de donkerste geschiedenissen van de stad. Met in de hoofdrol een beroemde/beruchte Utrechter die zijn dubieuze carrière aan de Westerkade begon als boekverkoper. Deze man, we noemen hem nog even Hans, opgegroeid op het naburige Rotsoord, woonde met zijn wat oudere vriendin naast Boekhandel Stam en bleek een groot afnemer te zijn van boeken waar je wat aan had. Die jatte hij uit de winkel om ze elders in de stad weer van de hand te doen.

Een van de mensen bij wie hij zich met die boeken meldde was de bejaarde winkelier Jan Donse aan de Laan van Nieuw Guinea. De boeken waren in dit geval vooral een alibi om binnen te komen bij Donse. (Kenners van Utrechtse geschiedenis weten nu al wel waar dit verhaal op uitdraait. We zijn op de Westerkade zomaar in het spoor terecht gekomen van Hans van Zon, alias Hans van Z., uitvinder van de loden pijp als moordwapen. Hij was lange tijd de enige seriemoordenaar van Nederland die eind jaren zestig levenslang zou krijgen voor drie roofmoorden, waaronder die op Jan Donse. Een vierde, mislukte poging, op weduwe Betje Woortmeijer in de Haverstraat, zou hem fataal worden. Ze overleefde de overval en verstrekte de politie een precies signalement). 

In een van de rechtbankverslagen uit 1969 lezen we een surrealistisch verhaal over wat er zich op de Westerkade nog meer had afgespeeld. Hans van Zon had van straatjongens een wilde eend gekocht die hij zo had vertroeteld dat hij tam was geworden. Hans en zijn vriendin hadden de gewoonte om achter elkaar over de Westerkade naar de Oudegracht te lopen met de tamme eend achter zich aan. Dit verhaal werd op de zitting verteld door de zoon van Jan Donse die aan de overkant op de Oosterkade woonde en zijn vrouw vaak had gewezen op dit idyllische tafereeltje. Wat Donse jr. niet wist is dat ze hadden zitten kijken naar de moordenaar van zijn vader. Boekverkoper Hans bleek zijn moorden toen al te hebben gepleegd.

Gezicht op de Wester- en Oosterkade rond 1880. Foto: J.J.A. van Winsen/HUA
Gezicht op de Wester- en Oosterkade rond 1880. Foto: J.J.A. van Winsen/HUA
Boekverkoper Hans in 1969 in de Utrechtse rechtbank. Foto: ANP
Boekverkoper Hans in 1969 in de Utrechtse rechtbank. Foto: ANP
Advertentie Boekhandel Stam aan de Westerkade no. 33.
Advertentie Boekhandel Stam aan de Westerkade no. 33.

In het spoor van deze sinistere parade gaan we terug naar het begin van de kade, op de drempel van no 2. Een mooie plek om de voormalige binnenhaven die daar ligt te zinderen eens beter te bekijken. Want waar zijn we eigenlijk?

De Westerkade heeft minstens twee gezichten. Om te beginnen is het van belang waar je vandaan komt. Is dat uit de binnenstad en ben je net de Stadsbuitengracht overgestoken, dan is er de vage notie dat er voorbij het Ledig Erf iets nieuws begint. Dat er iets te ontdekken valt. 

Kom je vanaf de andere kant, dan ga je er makkelijker aan voorbij. Dan lonkt de skyline van de oude binnenstad met de lieflijke torens van de Nicolaïkerk, alias het Klaasje. Daar wacht ook de Twijnstraat, de oudste winkelstraat van de stad, direct gevolgd door de Oudegracht met z’n werven. 

  De Westerkade is altijd een buitenbeentje geweest. Een plek tussen wal en schip. In de negentiende eeuw maakte het deel uit van wat Het Schrale End werd genoemd. Voorbij de stadspoorten van Tolsteeg hield de stad op en begon zo ongeveer het einde van de wereld.

Aan de Wester- en de Oosterkade was al bebouwing in de vroege middeleeuwen. Maar het bleef een tussengebied. Er gebeurde van alles, daar niet van, maar de kades (voorheen de Ooster- en de Westerhelling) waren een aanhangsel van de oude stad. Wie daar verbleef, hoorde er niet echt bij. Het wemelde er van de logementen en de herbergen, bedoeld voor wie na sluitingstijd van de poort bij de stad aankwam. Of juist, nadat de boefklok had geluid, bijtijds buiten de deur was gezet.

Voorbij de hellingen werd het al snel stil en lediger. Raadpleeg standaardwerken over de geschiedenis van de stad Utrecht als Een paradijs vol weelde en je zal vergeefs zoeken naar de Westerkade. Niet weelderig genoeg. Terwijl de kade toch echt al eeuwen toezicht houdt op de Vaartsche Rijn (voor wie het nog niet wist: zo heet het water langs de Westerkade) en aldus deel uitmaakt van de slagader van Utrecht. De Vaartsche Rijn was vanaf de aanleg in 1127 een levensreddende bypass, direct verbonden met hart en ziel van de stad.   Bij de Historische Kring Hoograven-Tolsteeg zijn ze ervan overtuigd dat zonder de Vaartsche Rijn de stad Utrecht vanaf de 12de eeuw een onbetekenend, in zichzelf gekeerd kerkenstadje zou zijn gebleven zonder Anton Geesink, TivoliVredenburg en De Utrechtse Boekenbar.    

Even kort: Utrecht verloor in 1122 de verbinding met de Rijn toen de Kromme Rijn bij Wijk bij Duurstede werd afgedamd. De stad dwong bij de keizer ter compensatie stadsrechten af (daar hadden we het afgelopen jaar een hoop feestjes aan te danken), legde het zuidelijk deel van de Oudegracht aan en een nieuwe vaarweg die de stad weer zou aansluiten op de Lek en het Duitse achterland. Deze Vaartsche Rijn zou de stad grote voorspoed brengen die, kunnen we nu wel zeggen, nooit meer zou ophouden.

De Vaartsche Rijn gezien vanaf de stadsmuur in de zeventiende eeuw. Rechts de huizen van de Westerkade met op het rijtje de herberg Den Witte Arend, thans de Witte Adelaar van De Utrechtse Boekenbar. Tekening: Herman Saftleven.
De Vaartsche Rijn gezien vanaf de stadsmuur in de zeventiende eeuw. Rechts de huizen van de Westerkade met op het rijtje de herberg Den Witte Arend, thans de Witte Adelaar van De Utrechtse Boekenbar. Tekening: Herman Saftleven.

De Westerkade zien we op deze tekening van Herman Saftleven uit circa 1650. Twee mannen hangen over de stadswal en kijken de Vaartsche Rijn af. Je moet een beetje door je oogharen kijken, maar de contouren van de huidige Westerkade zijn goed te herkennen. Zie de huizen rechts en daar de tweede van, dat is herberg De Witten Arend, thans Westerkade 2. (Weten we meteen waarom er aan de huidige gevel een witte arend hangt, al heeft iemand er later een witte adelaar van gemaakt. Arend of adelaar, het is een en dezelfde machtige vogel die staat voor schoonheid en onafhankelijkheid). 

Ter hoogte van de oude stadswal, op de Tolsteegbarrière, staan honderden jaren later nog altijd mannen de Vaartsche Rijn af te turen, al gaan ze er tegenwoordig ook vaak bij zitten. Rugdekking hebben ze er nog steeds, zij het niet van de magistrale middeleeuwse stadspoorten maar van een voormalig politiebureau dat nooit had kunnen denken dat het ooit nog eens Louis Hartlooper Complex zou gaan heten.

Voor Westerkade 2, voorheen Den Witten Arend, geldt hetzelfde. Het is allang geen herberg meer, al kun je ook daar tegenwoordig gerust een tijdje neerstrijken. Volgens het Register Monumentale panden is het huis van architectonisch en bouwhistorisch belang, dat u het maar weet als u voor de deur een boekje leest met een latte macchiato en een bitterkoekje erbij.
 
Het huis dateert uit de 18de eeuw, maar is in oorsprong waarschijnlijk veel ouder. Aanwijzing daarvoor is de opmerkelijk brede zijmuur aan de rechterzijde die naar een vroege voorganger verwijst. Die voorgangers laten zich ook op andere wijze gelden. In 1994 zakte op de hoek van de Catharijnesingel en de Westerkade het wegdek spontaan in. Onder dit sinkhole kwam een middeleeuwse kelder met plavuizenvloer tevoorschijn van een 15e eeuws huis.

Onderaan Westerkade 2 zien we de zuidelijkste werfkelder van de stad, de enige die daar helemaal onder de weg doorloopt en met een deur eindigt op het water. Het is niet duidelijk hoe oud deze kelder precies is. In een nisje van de kelder dat zich onder het huis bevindt, zijn wel middeleeuwse bakstenen aangetroffen.

Zaadhandel Corns van Beusekom in de jaren zeventig. Foto: GAU.
Zaadhandel Corns van Beusekom in de jaren zeventig. Foto: GAU.
Werknemers van de firma Van Beusekom met rechts eigenaar C. van Beusekom. Foto: Jos Poulissen/UN
Werknemers van de firma Van Beusekom met rechts eigenaar C. van Beusekom. Foto: Jos Poulissen/UN

De Westerkade was als doorgaande weg naar Jutphaas en Vreeswijk altijd drukker dan de Oosterkade. Voor de deur van de Boekenbar bevond zich honderd jaar geleden nog het begin- en eindpunt van de paardentram naar Vreeswijk.

Met de bouw van nieuwe wijken als Rivieren- en Dichterswijk werd het er almaar drukker en was de Westerkade vooral een winkelstraat geworden. Toen in 1930 de nieuwe Vaartscherijnbrug werd geopend, was het er zowaar een beetje gezellig. Er zit dan onder meer een bakker, een chocolaterie, drogisterij, een boterhuis, twee vleeshouwerijen, een melkslijter, horlogemaker en een schoenenzaak.

Op no 2 zat een van de zaken die het op de Westerkade het langst zouden uithouden van allemaal. In 1873 kocht Corns van Beusekom het pand om er een bloemen- en tuinzadenhandel te beginnen. 

Het gespecialiseerde bedrijf had een enorme naamsbekendheid. De Van Beusekoms deden veel aan export, ze bereisden de hele wereld. Op de foto uit 1993 zien we Paul van Beusekom, met drie van zijn medewerkers voor de deur van wat een klein tuincentrum was geworden. Het buurpand had hij erbij getrokken, rechts het inhammetje waar nu bezoekers van de Boekenbar een terrasje aantreffen. In die tijd stond het er vol met zakken tuinaarde en vogelhuisjes. 

Toen Van Beusekom ermee stopte, was er op de Westerkade bijna geen winkelbedrijf meer over. Er zaten liefst drie drukkerijen aan de kade alsmede een in Utrecht vermaarde praktijk van verloskundigen. Daar werden zonder meer belangwekkende zaken afgehandeld, maar de kade lag er op het oog niet florissant bij. Er was veel leegstand en ruime parkeergelegenheid voor wie in het centrum geen plekje had kunnen vinden, maar er verder niet veel te zoeken had. Wonen aan de rand van de binnenstad, dat deden de Utrechters toen liever niet.  

Het was daar gewoon weer Het Schrale End geworden. De gemeente had toen – in de jaren negentig - wel een visie, of liever gezegd een visioen, over hoe ze het gehad zou willen hebben. Om de loop erin te brengen moest er een randstadstation komen, de voetpaden moesten breder, er zouden gezellige terrasjes moeten komen, kleine galerietjes en ambachtelijke bedrijfjes.  

Ja dat willen we allemaal wel.  

Er kwam niet veel van terecht. Niet meteen tenminste. Pas in 2004 gebeurde aan beide uiteinden van de Westerkade iets wat het gebied wakker zou kussen. In het verlaten kantoorpand tegen het spoor, vestigde zich een restaurant dat in no time – je hoeft nu niet meer met het predicaat aan te komen – een hotspot zou worden. LE:EN was de naam. Aziatische fusion, kleine gerechtjes onder TL-licht geserveerd, Srilankaanse papadum met cassavechips, gebrande Dorade met rauwe sambal, de Westerkade kreeg het er warm van.   

Het restaurant heeft er zeven jaar gezeten en moest in 2011 het veld ruimen voor het langverwachte Station Vaartsche Rijn dat werd geacht de loop erin te brengen. Die zat er toen al aardig in, met dank dus aan de pioniers van LE:EN.

En dankzij nog iets.  

Vierhonderd meter verderop was in 2004 een allesbeslissende nieuwkomer neergestreken: het Louis Hartlooper Complex (LHC) van Jos Stelling, het grootste cadeau dat Utrecht van een van zijn inwoners heeft gekregen sinds Frits Fentener van Vlissingen aan het eind van de jaren dertig op het Lucasbolwerk met een nieuwe Stadsschouwburg aan kwam zetten.  

Hartlooper zette de verhoudingen in het zuidelijk deel van de binnenstad compleet op zijn kop. Op de plek waar vanouds alles ophield, kreeg de stad een nieuw hart dat enorm aan het pompen sloeg. In een straal van 1,5 kilometer begon alles te stromen, te wervelen en te draaien. Het feestelijk leven van de oude binnenstad trok gewoon verder, de Ooster- en de Westerkade op, het spoor onderdoor en zo verder naar Rotsoord, voorheen een onbestemd bedrijventerrein, nu de thuishaven van een grote verzameling stedelijke attracties.

Voorleesmarathon in de kelder met de dichter Daniël Vis. Foto: Angeliek de Jonge.
Voorleesmarathon in de kelder met de dichter Daniël Vis. Foto: Angeliek de Jonge.
De Westerkade vlak voor de grote renovatie in 2022. Foto: Makelaar Van As & Van Hooff.
De Westerkade vlak voor de grote renovatie in 2022. Foto: Makelaar Van As & Van Hooff.