Ik ben met een mondkapje op een stapel boeken aan het signeren. De locatie is een boekwinkel in Utrecht, opgezet door een jongeman die Tim heet. Hij was zo enthousiast over boeken en boekwinkels dat hij via een crowdfunding een eigen boekwinkel gerealiseerd heeft. Het is een leuke winkel. Een moderne winkel. Anders dan vroeger. Bij de afrekenbalie kan je ook een cappuccino bestellen, alleen niet nu omdat alles ingewikkeld is. Er is veel licht en de boeken liggen dusdanig in het zicht dat ieder exemplaar op een cadeautje lijkt. Een bijzonder item. Een geste speciaal voor mij.
In het verleden kocht ik boeken in grote winkels die leken op bibliotheken. Alles stond naast mekaar in grote kas-
ten met een focus op goed zichtbare ruggen. Overzicht over alles. Maar dat waren andere tijden. Het boek regeerde de entertainmentsfeer. Wilde men cultuur dan hanteerde men de gedrukte letter. Wellicht af en toe een museumpje moderne kunst voor de afwisseling. In de grote boekwinkels van vroeger kon je goed zien welke je nog niet gelezen had van wie en welke wel. Een soort completionist-porno natte droom.
Toen ik boeken kocht dacht ik nog niet aan boeken schrijven. Denk ik. Ik weet het eigenlijk niet meer precies. Op de middelbare school al dacht ik dat ik een boek zou kunnen schrijven. Terecht dan wel onterecht. Maar ik weet niet meer of ik ook echt dacht dat ik dat boek zou schrijven. Die middelbare school is vlak bij de boekwinkel waar ik met een mondkapje op een stapel boeken aan het signeren ben. Als je de deur uit gaat naar links zie je de Singel en aan de andere kant een park en daar weer voorbij was de middelbare school. Ik ben er even langs gelopen onderweg hiernaartoe om te kijken of het er nog steeds was. Het gebouw staat er nog, maar de school is weg. Zoals zoveel dingen in de stad waar ik ben opgegroeid een andere invulling hebben gekregen in de afgelopen twintig jaar dat ik er niet meer woon.
Kraakpanden zijn sterrenrestaurants geworden, steegjes waar je vroeger altijd moest vechten zijn bezaaid met bakfietsen en boekwinkels zijn veranderd in gezellige winkels om theeparafernalia aan te schaffen.
We moeten allemaal door. Ook al droom ik nog steeds af en toe dat er examens zijn die ik nog moet maken op de
school.
In het park tussen de school en de Singel is waar ik de flessen rode wijn dronk met mijn beste vriend Jelmer waarna hij over moest geven en ik dacht dat hij bloed aan het kotsen was. Een paar momenten later stond ik ook over te geven en begreep ik dat het gewoon de goedkope rode wijn was die we als idioten naar binnen hadden geslobberd. Twee jonge honden op zoek naar avontuur of in ieder geval iets nieuws. Het is me zo bijgebleven dat het in mijn eerste roman terechtkwam.
Wij wilden ook iets. Iets maken. Iets doen. Iets nieuws. Ik heb er destijds geen moment over gedacht om een
boekwinkel te openen.
Het is niet de eerste keer dat ik in de boekwinkel in Utrecht ben. De eigenaar heeft me in het verleden ook al eens uitgenodigd om voor te lezen en boeken te signeren. Toen mochten er nog wel gewoon mensen langskomen en cappuccino’s bestellen. Ik wil ook een boekwinkel. Niet echt. Het lijkt me een hoop gedoe om vast te zitten aan een winkel. En als ik ergens niet van houd, dan is het gedoe. Maar het idee van een boekwinkel. Daar houd ik wel van. Ik zou denk ik voor tweedehands gaan. Zodat er van ieder boek maar één exemplaar is. De gedachte aan het schap met de sciencefiction alleen al. De eerder gelezen exemplaren. De schatten uit het verleden van echte personen.
Ik zou er zelf werken en alleen maar vuistdikke Russen lezen aan de balie. Ik weet niet of we er cappuccino’s zou-
den maken, mijn vrouw en ik, want zij zou er ook werken want wat zou ik anders beginnen zonder haar. Maar wel zwarte koffie. Intens sterk. En koekjes. En brownies. Tijdens een goed boek heb je snacks nodig. Er zou ook een zitplek moeten zijn. Om te zitten en te lezen. Ergens verstopt, een beetje aan het zicht onttrokken. De sfeer zou vergelijkbaar zijn met de staat waartoe Guust Flater keer op keer het archief laat verworden wanneer de zorg daarvoor hem om de een of andere reden wederom is toevertrouwd. De boeken als bouwstenen van een fysieke manifestatie van de droom der letteren.
Soms zouden er dagenlang geen klanten verschijnen in de winkel en zou ik dat niet erg vinden, omdat ik er niet op
uit was om boeken te verkopen aan eender wie.
Zolang er Russen waren om pagina’s te vullen en koffiebonen om te malen en door de koffiemachine in koffie te laten veranderen hadden we verder niets nodig. Oh ja en snacks, natuurlijk. Pagina’s maken een mens hongerig.
We zitten in de kelder van de boekwinkel in Utrecht. Die vorige keer dat ik hier was en ging signeren, vond ook op dit
niveau plaats, in de tunnelvormige ruimte die uitkomt bij de deuren die opengaan naar het water. Op mijn verzoek heeft de eigenaar hamburgers en cajun fries en milkshakes laten komen van Five Guys, een Amerikaanse hamburgerketen die gek genoeg geen vergunning in Amsterdam kan krijgen. De eigenaar had er nog nooit van gehoord. Heeft hij ook iets nieuws.
Ik vraag me af of ik ooit gedacht had dat ik in de kelder van een boekwinkel op steenworpafstand van de mid-
delbare school een dubbele cheeseburger zou zitten eten tussen het signeren van exemplaren van mijn eigen boek
door. De eigenaar vertelt dat hij graag een zine zou willen maken maar op zoek is naar content. Er hangen T-shirts van
de winkel aan een rekje. Hij legt uit hoe de crowdfunding in mekaar steekt en dat hij de investeerders ook iets wil geven.
Hij vertelt over boeken die hij ook maar verkoopt omdat mensen erom vragen en dat dat er ook bij hoort.
Aan de overkant van de straat waar de boekwinkel aan ligt heb ik ooit een keer gedraaid in een soort bar-restau-
rant waar een kennis een soort kunstexpo had geregeld. Ik was samen met mijn broer en we draaiden platen en dronken de hele avond wodka met melk en kahlúa. Jelmer kwam langs en ik zei dat ik een maand geen drugs gebruikte en hij zei dat ik er beter uitzag dan de vorige keer dat we mekaar gezien hadden. Ik moest denken aan een documentaire over Johannes Heil waarin hij zei dat er heel veel kinderlijke dingen in hem kapot waren gegaan door de drugs, en voelde dat op dat moment precies zo. Aan het einde van de avond kreeg de kennis ruzie met de bareigenaar en had hij al zijn kunst weer meegenomen en niks betaald gekregen, maar toen waren wij allang weer naar huis.
Ik zit weer bovenaan de stapel met exemplaren te signeren. Omdat alles raar is is dit ook raar. Je kon een boek bestellen en dan je naam doorgeven en die hebben ze uitgeprint en in de boeken gestoken. Soms wijkt de naam van de koper af van de naam die ze graag in het boek zouden zien. Ik doe mijn best om in ieder boek iets anders te schrijven. Ik denk niet dat twee mensen met ieder een exemplaar ze ooit naast elkaar zouden leggen, maar evengoed kan ik het niet over mijn hart verkrijgen. Na verloop van tijd kruipt er een diepere boodschap in de eenzinnige, steekwoordige inscripties.
‘We doen dit samen’. ‘Hou vol’. ‘Blijf puur’. ‘Jij en ik’. ‘Bedankt voor het mij in staat stellen om te kunnen leven’. De boekwinkel is misschien wel het midden tussen de schrijver en de lezer. De plek waar de kunstenaar het object achterlaat voor een publiek om iets van te vinden. Zodra dat gebeurt is het niet meer van de kunstenaar en maakt het ook niet meer uit wat de kunstenaar er wel of niet mee bedoeld heeft. Het is open voor interpretatie en wat het publiek er wenst van te maken. Het enigma van de kunst vindt daar plaats.
Af en toe komen er mensen binnen en lijkt het net alsof het vroeger is. Met winkels die mogen winkelen en mensen die gewoon even komen kijken. Ik krijg een cappuccino van de eigenaar want voor kunstenaars gelden andere regels. Ik weet niet of ik ooit gedacht had dat ik cappuccinoprivileges zou genieten op een plek zo dicht bij allerlei plekken die in de loop der jaren een andere inrichting hebben gekregen, maar ewa ja, het is 2021 en hier zit ik. Af en toe komt er iemand binnen maar omdat ik een mondkapje opheb, denken ze waarschijnlijk dat ik gewoon een willekeurige gek ben die met een balpen voor zijn leven oneliners op het titelblad van een bordeauxkleurige roman aan het schrijven is.